EEN (GELOOFWAARDIG) BOSBEPLANTING STILEREN

Bonsai-liefhebbers weten over het algemeen een bosbeplanting zeer te waarderen. Met relatief goedkoop uitgangsmateriaal kan er binnen een paar uur een mooi resultaat behaald worden, dat de basis vormt voor een illusie van een natuurlijk ogend bos met uitstraling.
Maar wat maakt nu, dat een bosbeplanting de illusie opwekt van een bos en je niet het gevoel geeft van een groep bij elkaar geraapte boompjes in een schaal gedumpt? Eigenlijk is het antwoord eenvoudig. spelregels naleven.
Met naleven van een paar spelregels zijn bijzonder goede resultaten te behalen. Dus wat let je om ook zelf eens een bosbeplanting op te zetten.

Uitgangsmateriaal

Om een bosbeplanting te kunnen samenstellen hebben we minimaal 3 bomen nodig. Uiteraard verschillend van dikte en lengte.
Daarbij kunnen we kiezen uit bomen uit een tuincentrum, in de akker opgekweekte bomen, marcotten of in de natuur verzamelde bomen.
Wellicht is daarbij de optie bomen uit een tuincentrum voor ons de meest ideale manier. Denk aan de Esdoorn (acer), Lariks, Beuk, Haagbeuk, Spar (Picea) of Den (Pinus).
Met name de haagbeuk worden in het voorjaar in grote aantallen in tuincentra aangeboden. Diverse lengten en diverse dikten. Met evenzo variërende prijzen: 0,75 euro, 1,20 euro, 2,50 euro per stuk en ga zo maar door. Kortom interessant genoeg om daaruit een selectie te kunnen maken.
Ook de Lariks kan op deze wijze relatief eenvoudig worden verkregen.

Ben je niet tevreden met het aanbod in een tuincentrum kun je er uiteraard ook voor kiezen om zelf je materiaal op te kweken.
Een andere methode om aan materiaal te komen is het marcoteren. Zeker als je kunt beschikken over een grote Esdoorn (acer) zijn er uit 1 boom meerdere marcotten te verkrijgen. Helaas moet je wel minimaal 1 jaar wachten voordat het materiaal beschikbaar is en over voldoende wortels. Zeker een optie om te overdenken.

3 – Dimensionaal

Het belangrijkste begrip dat bij een bosplanting een rol speelt, is 3-Dimensionaal. Voor de één is het een vanzelfsprekend begrip terwijl voor de ander een vrij lastig te realiseren begrip is. Net zoals de dikte en de lengte van de bomen moet variëren, dienen de bomen onderling op verschillende afstanden van elkaar te worden gerangschikt. Dit geeft het gevoel van diepte. Plaats je een dikke vrije hoge boom aan de voorzijde in een schaal en rangschik je daar omheen de andere bomen van de bosbeplanting, ontstaat er een gevoel van groots.
Zet je dezelfde boom aan de achterzijde in de schaal en rangschik je daar omheen de andere bomen krijg je het gevoel van een bos op afstand.
Je merkt dus al wel dat je met een kleine handeling het begrip diepte heel veel inhoud kunt geven of juist niet.

Bomen die de basis vormen

Elke bosbeplanting, hoe groot in aantal ook of slechts bestaande uit bijvoorbeeld 7 bomen, is ALTIJD opgebouwd rond drie bomen de de basis vormen te weten: hoofdboom, secundaire boom (zaailing) en derde boom (springer).
De secundaire boom (zaailing) staat doorgaans in de directe nabijheid van de hoofdboom. Hij moet de illusie wekken dat hij de zaailing is van de hoofdboom. De Springer is altijd iets dunner dan de hoofdboom en staat wat verder van de hoofdboom.
Het is noodzaak dat deze 3 bomen, die dus de basis van elke bosbeplanting vormen, onderling in een driehoek met elkaar zijn geplant. En net zo belangrijk is, (wellicht even belangrijk als de 3 bomen die de basis vormen), dat de afstand tussen deze bomen onderling NOOIT gelijk is. Plant deze bomen altijd als eerste en rangschik daar omheen de resterende bomen. Is het totaal aantal bomen kleiner dan 25, gebruik dan een oneven aantal bomen. Daarboven is het minder van belang. Door het grote aantal bomen is degene die de compositie waarneemt niet of minder eenvoudig in staat om het exacte aantal bomen te bepalen.
Om het één en ander te verduidelijken worden een aantal schetsen getoond.
De schetsen laten telkens de positie van deze 3 basisbomen (grote zwarte punten) zien. De grootste zwaarte punt is daarin de ALTIJD de Hoofdboom. Let dus vooral op hun positie binnen het geheel.

Groepen en driehoeken

Elke bosbeplanting, hoe groot in aantal ook of slechts bestaande uit bijvoorbeeld 7 bomen, is ALTIJD opgebouwd rond drie bomen de de basis vormen te weten: hoofdboom, secundaire boom (zaailing) en derde boom (springer).
De secundaire boom (zaailing) staat doorgaans in de directe nabijheid van de hoofdboom. Hij moet de illusie wekken dat hij de zaailing is van de hoofdboom. De Springer is altijd iets dunner dan de hoofdboom en staat wat verder van de hoofdboom.
Het is noodzaak dat deze 3 bomen, die dus de basis van elke bosbeplanting vormen, onderling in een driehoek met elkaar zijn geplant. En net zo belangrijk is, (wellicht even belangrijk als de 3 bomen die de basis vormen), dat de afstand tussen deze bomen onderling NOOIT gelijk is. Plant deze bomen altijd als eerste en rangschik daar omheen de resterende bomen. Is het totaal aantal bomen kleiner dan 25, gebruik dan een oneven aantal bomen. Daarboven is het minder van belang. Door het grote aantal bomen is degene die de compositie waarneemt niet of minder eenvoudig in staat om het exacte aantal bomen te bepalen.
Om het één en ander te verduidelijken worden een aantal schetsen getoond.
De schetsen laten telkens de positie van deze 3 basisbomen (grote zwarte punten) zien. De grootste zwaarte punt is daarin de ALTIJD de Hoofdboom. Let dus vooral op hun positie binnen het geheel.

Bomen planten

De oplettende lezer kan in de schetsen uit dit artikel duidelijk de posities van de de bomen ten opzichte van de schaal herkennen. Om de bomen ook zo te kunnen planten moeten ze vooraf in hun wortels worden gesnoeid. Een te dikke (in hoogte gemeten) wortelkluit staat niet op een vlakke schaal.
Gebruiken we voor de bosbeplanting loofbomen dan kunnen we van elke boom in het voorjaar de wortelkluit uitspoelen (uitzondering: beuken). Hierdoor krijgen we eveneens een goed beeld van de posities van de wortels. Door vervolgens eenvoudig de te dikke verticaal groeiende wortels te snoeien zoveel kunnen we de wortelmassa in hoogte reduceren. De horizontaal groeiende wortels laten we zoveel mogelijk in takt. Besef ook dat er voldoende wortels tussen de wortels weggesnoeid moeten worden zodat er aarde tussen de wortels kan dringen. Luchtgaten verhinderen immers de hergroei van nieuwe wortels.
Bij Naaldbomen kunnen we de wortelkluit uiteraard niet uitspoelen.

Heb je de keuze gemaakt om een bosbeplanting te gaan vormen, gebruik dan niet een te bekrompen schaal. Ook de ruimte links en rechts naast de bomen, de zogenaamde negatieve ruimte, speelt een uiterst belangrijke rol. En heb je geen schaal voorhanden, een ondiepe kist is zo in elkaar gezet. Ook ondiepe kunststof schalen die onder potten van kuipplanten worden gezet, kunnen uitstekend als trainingsschaal dienst doen.

Zet bij het planten van de bomen, de bomen onderling zoveel mogelijk vast in de schaal. Heb je niet voldoende gaten in de schaal om alle afzonderlijke bomen van de bosbeplanting te fixeren, voorzie de schaal van een rekje uit bamboe. Dit rekje of framewerk bied voldoende punten waarop de bomen vastgezet kunnen worden en door bamboe te gebruiken zal dit framewerk niet gelijk verrotten. Uiteraard kan ook een stevig stuk gaas daarin van goede verdienste zijn.

Let op de groeirichting van de takken

Zoals beschreven is het van groot belang om de bomen in een bosbeplanting in groepen te planten. Maar daarmee zijn we er nog niet.
Besteed ook de nodige aandacht aan de takken van de afzonderlijke bomen. Staan bomen dicht tegen elkaar aan geplaatst, is er geen ruimte voor lange takken. Door lichtgebrek kunnen ze zo wie zo niet groeien. Snoei takken daarom weg zodra de takken van de bomen elkaar onderling dreigen te raken. Houd daarbij rekening met de hoeveelheid licht die tot de takken kan doordringen. Soms kan het hier en daar bedraden van de afzonderlijke takken uitkomst bieden.

Zorg dat de takken in minimaal 1 richting ongehinderd kunnen groeien. Kan dit niet, snoei dan de takken weg. De onderlinge afbeelding kan bij het snoeien van de juiste takken heel goed dienst doen.

Gemengde bosbeplanting

Menig Bonsailiefhebber vraagt zich af of men ook een bosbeplanting met een gemengd karakter kan samenstellen. Met gemengd karakter bedoel ik overigens het gebruik van loofbomen en naaldbomen binnen 1 compositie.
Het is af te raden om loofbomen en naaldbomen binnen 1 bosplanting op te nemen. De verzorging van de bomen onderling wijkt teveel van elkaar af. Om een voorbeeld te noemen vraagt een loofboom meer water dan een naaldboom. Moeilijk te realiseren zodra de bomen dicht naast elkaar staan.
Maar onmogelijk is het zeker niet.

Not done

Hierbij een opsomming van een aantal zaken die note done zijn. Ook hier geld, doe er je voordeel mee
⦁ Kleine schalen met een grote hoeveelheid bomen
⦁ Bomen die onderling op dezelfde afstand staan
⦁ Bomen die allemaal dezelfde hoogte en dikte hebben
⦁ Bomen die allemaal op 1 lijn staan
⦁ Groepen die uit 4 bomen bestaan moeten worden vermeden. (binnen de Japanse cultuur word het getal 4 geassocieerd met het begrip Dood)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *