Water en Bemesten

Veel Water

Een Taxus heeft behoefte aan veel water om goed te kunnen groeien. Extreme omstandigheden zoals ophoping van water of totale uitdroging van de wortelkluit dienen vermeden te worden. De beruchte Waterziekte is een veel voorkomend probleem. De naalden van de Taxus worden daarbij geel gevolgd door massale naalden val.
Bij het toepassen van grove rondmengsels dient de taxus gedurende de warme tot hete zomerdagen meerdere keren per dag gegoten te worden.
Bemesten kan chemische of met organische mest. Een combinatie van beiden leid overigens ook tot goede resultaten. De voorkeur gaat echter naar organische mest uit.
Gedurende het gehele groeiseizoen, van het voorjaar tot laat in de herfst kan een Taxus die zich in de opbouwfase bevind hard worden bemest.
Niet uitsluitend direct op de wortelkluit maar ook op de naalden.

Bemesten

Naast de wijze waarop water moet worden gegeven, is het bemesten van een bonsai naar mijn mening het meest besproken
onderdeel van de bonsaikunst. Er zijn zoveel verschillende soorten preparaten op de markt verkrijgbaar, dat je als leek niet meer
weet waaraan je begint. Vaak is dat dan ook de reden om maar helemaal niet tot bemesten over te gaan.
Juist door het toepassen van een goede gerichte bemesting ontstaat er met verloop van tijd een sterke boom. Ook bij de taxus is
dit niet anders dan bij pinus of jeneverbes.
Wat vaak wordt vergeten is dat herhaling en regelmaat een grotere rol spelen bij bemesten dan de keuze voor de juiste meststof.
Het heeft geen enkele toegevoegde waarde om te bemesten zonder dat er sprake is van regelmaat. Kies een dag uit in de week,
veertien dagen of maand en houd deze aan als leidraad. Wijk niet daarvan af door de ene keer voor een zondag te kiezen
en de andere week voor een dinsdag te kiezen waarop je de bemesting uitvoert.

De theorie achter bemesten

Een Bonsai behoort niet tot de categorie bomen, die grote hoeveelheden meststoffen nodig hebben om zo een grote opbrengst
te krijgen.
Volledig zonder kan een Bonsai ook niet. Toch leven er nog veel misverstanden omtrent het onderwerp bemesten.
Zo zijn er nog altijd mensen die op zoek zijn naar Bonsaimest.
Helaas bestaat Bonsaimest niet. Nu zie ik u denken.

Maar ik ben toch in het bezit van een potje of een flesje waarop keurig de naam Bonsaimest beschreven staat.
Dit is de naam die de commercie bedacht heeft. Zo bestaat er dus ook geen rozenmest, buxusmest en ga zo maar door.

Het is niets anders dan een juiste dosering van werkzame bestanddelen welke een plant, of een boom nodig heeft
om zijn groei dan wel zijn ontwikkeling te bevorderen.

Werkzame bestanddelen

Iedere goedgekeurde, of toegelaten meststof, is voorzien van het stempel met de letters NPK.
N is het scheikundige symbool voor Stikstof, P staat voor Fosfor en K staat voor Kalium.
Daarnaast bevatten de meststoffen nog een reeks aan sporenelementen. Dit zijn stoffen die in uiterst lage doseringen aanwezig zijn.
Het gaat te ver om al deze elementen uitvoerig in dit subhoofdstuk onder de loep te nemen.

Stikstof (N) wordt door de boom opgenomen en zorgt voor algemene groei.

Fosfor (P) zorgt o.a. voor de knopontwikkeling, de eventuele bloei.

Kalium (K) zorgt er o.a. voor dat de takken goed afharden. De boom krijgt hierdoor een betere skelet opbouw, voor zover
er sprake kan zijn van een skelet.

Elk van deze bestanddelen ondersteunen ieder apart dan wel gezamenlijk een deel in de ontwikkeling van de plant of boom.
Door nu te variëren in de doseringen met deze elementen valt met grote nauwkeurigheid een plant of een boom in zijn ontwikkeling
te beïnvloeden.
Meststoffen worden dan ook niet anders dan in de juiste dosering, het juiste jaargetijde en het juiste groeiritme
aangepast en toegepast.

Doel van het bemesten

En zeer vaak gestelde vraag in de Bonsaikunst is wel: Hoe moet ik mijn Bonsai bemesten?.

Ook dit is niet zomaar even aan te geven zoals u wellicht zult begrijpen.

Eigenlijk moet u de vraag anders stellen namelijk. Wat is het doel dat ik bereiken wil met het bemesten ?

Voorbeeld 1:
Stel ik ben in het bezit van een Bonsai die nog in de opbouwfase zit.
Het enige doel dat ik voor ogen heb is het laten groeien van zowel stam als takken.
Ik wil immers een gezonde boom waarin ik zonder
vrees snoeien kan.

We hebben net gezien dat N zorgt voor een algemene groei.
Dus we kiezen een meststof waarbij de waarde N verhoudingsgewijs hoog ligt vergeleken met de andere elementen.
We kiezen dan bv. 15-10-6 (NPK).

Heb ik daarentegen een boom die relatief ver ontwikkeld is, keurig gestileerd, dan is de voeding uitsluitend bedoeld om de boom
te onderhouden.
Ik kies dan een meststof met een veel lager N gehalte bv. 3-8-6 (NPK).

Voorbeeld 2: Ik wil een boom overwinteren.

Om de boom goed te kunnen overwinteren dient de boom afgehard te zijn. Met ander woorden, de groei moet stoppen,
de knoppen moeten in goede conditie zijn zodat ze in het voorjaar weer goed uitlopen.
De voedingstoffen moeten in de stam en het wortelstelsel afzakken waar ze een voorraad vormen voor het komende voorjaar.
Heeft het dan zin enig tijd voor de winter te bemesten met een meststof met de waarden 15-10-6 (NPK).
Nee dus.
De relatief hoge waarde N zorgt immers voor groei en dat is nou net niet wat we willen.
Beter zou een meststof zijn met een relatief hoge K waarde en een zeer lage N waarde bv. 3-5-26 (NPK).

BELANGRIJK IS:

Niet het: Hoe moet ik mijn Bonsai bemesten?

maar

Wat is doel wat ik met de bemesting bereiken wilt?.

Er zijn tal van combinaties van de waarden van NPK te bedenken. Helaas vraagt iedere Bonsai om een andere manier van bemesten.
Simpelweg om het feit dat geen enkele Bonsai gelijk is.
Bemesten is onontbeerlijk maar: Weet waarvoor je het inzet.
Kun je dus de zogenaamde Buxusmest inzetten voor het bemesten van Bonsai. U mag het zeggen.

Wanneer met bemesten beginnen?

Men begint met bemesten in het voorjaar wanneer de sapstroom weer op gang gekomen is en eindigt in de herfst.
Doorgaans Maart t/m Oktober.

Helaas is het weer in dit kikkerlandje nog altijd de beperkende factor. Kijk niet op de kalender maar observeer de boom.
Vergeet een ding echter niet.
De maand Oktober is bijzonder belangrijk.

Vaste of vloeibare meststoffen?

Ze kennen alle twee hun voor- en nadelen. Vaste meststoffen ook wel organische meststoffen, liggen lang en hun werking is langdurig.
Vaak moet dierlijk materiaal tussen beiden komen om de meststof voor te bewerken.
Daarna moeten de stoffen oplossen in water. Pas daarna is de boom in staat ze uit de grond te filteren.
Doordat ze zolang liggen / werken, zijn ze moeilijk te doseren.
Vloeibare meststoffen ook wel chemische meststoffen, geven vaker de kans op verzouten van de aarde. Spoelen sneller uit
waardoor er vaker bemesting toegediend moet worden. Ze zijn daarentegen zeer nauwkeurig te doseren.
Kiest men voor de vloeibare vorm, bemest dan eens in de 1 a 2 weken (afhankelijk van de boomsoort en de weersomstandigheden).
Hou daarbij dezelfde dag van toedienen aan. Hierdoor ontstaat een bepaald ritme dat een gunstige uitwerking heeft op de boom.
Bomen die nog getraind moeten worden kunnen rustig wat “zwaarder” bemest worden dan reeds gevormde bomen.
Zou je te sterk gaan bemesten bij een reeds gevormde boom dan kunnen naalden, bladeren of internodiën negatief beïnvloed worden.
Nog steeds bestaan er geen vaste regels, helaas, door ervaring zal kennis hierin opgedaan moeten worden.
Iedere boom reageert anders op toediening van meststoffen.

Bladbemesting

Deze vorm van bemesting wordt veel toegepast binnen de Bonsaikunst zij het met name door de wat ervarene Bonsailiefhebber.
Zoals het woord al zegt wordt hierbij de meststof rechtstreeks op het blad/naalden gespoten. Daar de bomen nog in de ontwikkelingsfase
zitten word het grootste nadeel geringer.
Door deze vorm van bemesten neemt de grote van het blad of de naalden bij langdurig toepassen, sterk toe.
Dit is in een later stadium te verbeteren want het is materiaal in opbouw.
De meststoffen worden zeer snel opgenomen en ontlasten hierbij het wortelstelsel. Het zorgt voor een snellere vorming van haarwortels.
Gebruik concentraties van 0.05 % tot 0.1 % (0,5g op 1 ltr water) en vernevel dit over de boom. Is de boom aan bladbemesting gewend
dan kunnen er doorgaans zwaardere concentraties gebruikt worden zonder dat de boom hier schade van ondervindt.
Elke in water oplosbare meststof kunt u hiervoor inzetten.

Blademesting NOOIT toepassen:

  • wanneer de boom in de volle zon staat;
  • op een Picea. De picea reageert erop als op het verschijnsel zure regen. Hij laat zijn naalden zonder meer vallen.
  • wanneer de luchtvochtigheidsgehalte aan de lage tot zeer lage kant is.
  • vlak voor een regenbui.
  • vlak voordat de zon opkomt of zich er veel dauw vormt.

Tip:

Pas eens bladbemesting toe in de vorm van Visemulsie.

Deze van visafval gemaakte meststof geeft zeer goede resultaten.
Nadeel is de stank dus pas op dat u de oplossing niet in uw kleding krijgt.

Verbranden

De term “verbranden” wordt graag gebruikt bij het onderwerp bemesten.

Maar wat gebeurt er nu precies bij verbranden?
Meststoffen in welke concentratie dan ook zijn niets anders dan een hoeveelheid zouten. Op het moment dat de concentratie zouten
te hoog word in het grondmengsel, onttrekt het zout, water uit zijn directe omgeving. Dat kan water zijn tussen de korrels van het
grondmengsel maar ook celvocht van de haarwortels.
Deze uiterste uiteinden van de wortels zijn in staat voeding, water, lucht etc. uit hun omgeving op te nemen.
Doordat het zout, de mest dus, celvocht onttrekt uit de haarwortels, sterven deze af. De boom echter heeft volop water nodig
om de bladeren, dan wel zijn naalden, te kunnen verzorgen.
Gevolg: door het tekort aan water, immers hij kan door de dode cellen geen water meer opnemen, verwelken de bladeren,
of verkleuren de naalden en vallen tenslotte af.
Het verbranden dus. Het is dus heel goed mogelijk dat het grondmengsel vochtig aanvoelt en de boom toch de verschijnselen van
het verbranden vertoont.

Tip: uw Bonsai of Pre-Bonsai kan niet “verbranden” wanneer u voorafgaande aan het bemesten zorgt voor voldoende water
in de wortelkluit.

Algemene bemesting tips

Osmocote, een populaire meststof, geeft zijn werkzame bestanddelen pas af bij een temperatuur die hoger ligt dan 15 graden C.
Organische meststoffen doen dit overigens ook pas bij deze temperatuur.
Meststoffen op basis van chemische stoffen geven bij een lagere temperatuur hun werkzame bestanddelen af (muv Osmocote dus).

Pas opgepotte of verpotte bomen worden niet eerder dan 6 a 8 weken na het oppotten weer bemest op hun wortelstel, maar
kunnen direct na het oppotten bemest worden met bladbemesting (liefst dagelijks). Zorg daarbij dat er niet te veel water in
het grondmengsel lekt. De wortels kunnen dit water immers niet of nauwelijks opnemen.

Zieke of zwakke bomen worden niet bemest. Een uitzondering op deze regel vormt de toepassing van een hele lage dosering
bladbemesting. Dit vereist echter enige ervaring en is daarom niet voor een ieder aan te raden. Helaas gaan veel mensen juist bij
zieke of zwakke bomen tot bemesting via het wortelstelsel over, omdat ze menen dat ze hierdoor de boom kracht tot leven geven.
Het betekent echter vaak de dood van menig boom.

NOOIT bemesten op een droog grondmengsel. Vooraf altijd eerst water toedienen en dan overgaan tot bemesten, daarna weer
opnieuw water toedienen.

Vogels zijn grote liefhebbers van organische meststoffen vanwege het dierlijk voedsel dat zij erin kunnen vinden.
Vogels kunnen op hun zoektocht grote schade aanbrengen aan het aardoppervlak.
Dek het oppervlak af met een stukje gaas. Gebruik hiervoor groen geplastificeerd gaas, dan valt het in het mos ook niet
zo erg op en het mos kan er ongehinderd doorheen groeien.

Organische meststoffen zijn gemakkelijk te combineren met vaste chemische meststoffen.
Vul een oude panty met een mengsel van oude verteerde organische mest en een vaste chemische meststof.
Vul hem zodanig dat er een soort van worst ontstaat. Door nu op verschillende afstanden van elkaar een draadje om de panty
vast te maken, ontstaan er afzonderlijk stukken gevulde panty welke aan weerszijden afgesloten zijn.
Knip de panty tussen de afzonderlijke delen, door.
Door deze vervolgens iets plat te drukken ontstaan er schijven. Deze laten zich goed op het aardoppervlak leggen.
Keer op keer als we gieten dringt er water door de panty en spoelt een kleine hoeveelheid meststof mee uit de panty.
Vogels hebben geen kans en de schijven zijn makkelijk aan te brengen en te doseren.
Verwijderen is eveneens bijzonder eenvoudig.